"Werken op mijn manier"

De loopbaan van Maya lijkt een klassiek succesverhaal: van schoonmaakdiensten naast de studie naar een druk tandheelkundig centrum. Maar echte vooruitgang kwam toen ze bewust kleiner ging werken. Weg van rennen en regelen; terug naar tijd, aandacht en kwaliteit. Nu combineert ze mondzorg met natuurgerichte behandelingen: minder opschalen en meer diepgang. Niet groter, maar beter passend. In dit interview vertelt ze hoe die keuze leidde tot echt werkplezier.
Kun je ons meenemen naar je begin in de mondzorg?"Mijn weg naar de mondzorg was allesbehalve traditioneel. Op mijn zestiende moest ik van school af. Ik heb een ernstige vorm van bloedarmoede, waardoor ik ’s ochtends vaak erg moe was en te laat kwam. Dat werd me op school niet in dank afgenomen en uiteindelijk mocht ik niet blijven.
Ik werkte in de horeca, in een snackbar en zelfs bij een pensioenfonds, maar dat gaf me geen voldoening. Uiteindelijk haalde ik via volwassenonderwijs mijn diploma’s en begon ik de opleiding tot tandartsassistente.
Tijdens die opleiding en mijn werk in een tandartsenpraktijk, ontdekte ik hoe leuk en veelzijdig het vak was. Niet veel later kwam mondhygiëne op mijn pad. Ik combineerde mijn studie met schoonmaakwerk in de avonden om rond te komen en mijn studie te betalen. Het was hard werken, maar ik was vastbesloten om mondhygiënist te worden en een eigen praktijk te beginnen."
Wanneer werd dat werkelijkheid?“Na mijn opleiding ging ik als mondhygiënist aan de slag bij de Parodontologie Kliniek in Den Haag. Daar leerde ik enorm veel over kwaliteit, behandelplannen en samenwerken. Tegelijkertijd begon ik mijn eigen praktijk, door een ruimte te huren bij toe tandartspraktijk waar ik als assistente werkte. Het combineren van beide banen bleek lastig: de verplichte bij- en nascholing bij de kliniek viel altijd op vrijdag, mijn vaste praktijkdag. Omdat schuiven niet mogelijk was en mijn eigen agenda vol zat, besloot ik na ongeveer een jaar met pijn in het hart te stoppen bij de kliniek.
Wat was jouw aanpak waardoor je praktijk zo snel groeide?
“Persoonlijke aandacht stond altijd voorop. Ik nam de tijd voor patiënten, gaf duidelijke uitleg en werkte nauw samen met verwijzende tandartsen. In het begin ben ik zelf langs praktijken gegaan om me voor te stellen, vaak met iets lekkers als ijsbreker. Ik legde uit wie ik was, wat ik deed en nodigde hen uit om patiënten door te sturen. Zelfs toen ik nog een kamer huurde bij andere tandartsen, zorgde ik dat de ruimte schoon, rustig en uitnodigend was. Toen ik later een eigen pand huurde, kon ik dat nog meer naar mijn hand zetten: van de inrichting tot de behandelplannen. Alles draaide om kwalitatief hoogstaande zorg in een prettige, ontspannen sfeer en dat zorgde ervoor dat mensen graag terugkwamen én anderen doorverwezen.”
Wat maakte dat je de stap zette van een gehuurde kamer naar een eigen pand?
“Werken in een kamer bij tandartsen was een goede start, maar ik voelde al snel dat ik mijn eigen plek wilde. Een ruimte waar ik alles kon inrichten naar mijn visie, zonder rekening te houden met andermans stijl of regels. Toen er een pand vrijkwam op een A-locatie, wist ik: dit is mijn kans.
Ik begon heel simpel met een klaptafel als balie en een behandelstoel. Langzaam groeide het uit tot een volwaardige, professionele praktijk met een groot team met assistentes, tandartsen en mondhygiënisten.
Wanneer begon het zwaarder te worden?"Toen mijn praktijk groeide, kwamen er ook uitdagingen. Meer patiënten betekende meer personeel, meer administratie, meer verantwoordelijkheid.Rond 2009 werd ik moeder. Ik combineerde een drukke praktijk met de zorg voor mijn zoon wat vooral op mij neer kwam. Ik sliep weinig, werkte door en kreeg uiteindelijk een burn-out. Ik viel uit en kon uiteindelijk helemaal niets meer doen.Dat was een kantelpunt: ik voelde dat ik op deze manier niet door kon, maar ik wist nog niet hoe het anders moest.”
Hoe ben je daar weer uitgekomen?
“Het was echt stap voor stap. Ik heb therapie gevolgd en ben heel bewust gaan kijken naar wat ik nodig had om mijn energie terug te krijgen. Dat betekende soms ook gewoon rust nemen, iets wat ik daarvoor nooit deed. Ik leerde beter naar mijn lichaam luisteren en mijn grenzen aan te geven. Toch merkte ik dat ik na verloop van tijd weer in oude patronen verviel. Ik bleef hard werken en nam weer te veel hooi op mijn vork.”
Hoe merkte je dat je jezelf weer voorbijliep?
“Toen ik naast mijn eerste praktijk ook een tweede locatie had, was er geen rust meer. De bedoeling was om uiteindelijk helemaal over te verhuizen naar die nieuwe locatie, maar in de tussentijd liep de huur van de eerste praktijk nog door. Daardoor moest ik tijdelijk twee praktijken tegelijk draaiende houden, moederschap en alsof dat nog niet genoeg was, werd ik in die periode ook getroffen door de toeslagaffaire, wat enorm veel stress en energie kostte. Ik bleef maar doorgaan, maar eigenlijk liep ik mezelf volledig voorbij.”
Wanneer realiseerde je je dat dit niet meer houdbaar was?
“Dat besef kwam toen de verhuizing naar de nieuwe praktijk eindelijk rond was. De nieuwe locatie liep goed, de agenda zat vol en aan de buitenkant leek alles op orde. Maar van binnen voelde het anders: de werkdruk bleef hoog en er waren veel uitdagingen met het personeel wat veel energie kostte. Ik was nog steeds vooral bezig met regelen en brandjes blussen in plaats van met het werk dat ik leuk vond. Dat was het moment dat ik dacht: misschien is het tijd om te kijken wat er nog meer is, buiten deze manier van werken om.”
Hoe was het om alles los te laten waar je jarenlang aan gebouwd had?
"Het voelde als een enorme grote stap. Ik had er jarenlang alles in gestopt, dus het was emotioneel zwaar om dat los te laten. Tegelijkertijd zag ik het ook als een kans om ruimte te maken voor iets nieuws. Ik dacht ik ben op de helft van leven, dit is de kans om het anders in te richten. Ik wist dat ik mijn werkgeluk terug wilde en dat kon alleen als ik het roer echt omgooide. Het was echt een sprong in het diepe. Heel spannend, maar toch nodig.
Wat heb je in deze periode geleerd?"Dat je nooit mag negeren wat je lichaam en geest je proberen te vertellen. Na de verkoop van mijn praktijk kwam er namelijk niet direct rust. Door juridische en financiële problemen bleef de stress nog een tijd aanwezig. In plaats van op adem te komen, zat ik midden in regelwerk en onzekerheid. Die constante spanning zorgde er zelfs voor dat ik opnieuw in een burn-out belandde.
In die periode ontdekte ik meditatie en ademhalingstechnieken. In het begin gebruikte ik die puur om zelf tot rust te komen, maar gaandeweg merkte ik dat ik daardoor ook het vertrouwen in mezelf terugvond. Het gaf me het gevoel dat ik weer de regie had, ondanks alles wat er speelde.
Ik leerde om stil te staan, mijn energie te voelen en beter naar mezelf te luisteren. Daardoor besefte ik dat ik mijn werk en leven anders mocht inrichten, op een manier die beter bij mij past en waarbij ik niet opnieuw over mijn grenzen ga. Ik ontdekte dat zelfzorg geen luxe is, maar een voorwaarde om goed voor anderen te kunnen zorgen."
Hoe ontdekte je wat jou écht energie en voldoening geeft?
Ik heb geleerd mijn identiteit los te koppelen van mijn werk. Ik ben niet mijn praktijk, niet mijn omzet, mijn pand of mijn team. Mijn waarde zit in wie ik ben en hoe ik mensen help. Status en bezit zijn bijzaak; de kern is: wat geeft mij energie en waar word ik blij van? Dat bleek: mensen op een diepere manier helpen, niet alleen hun gebit behandelen maar ook hun gezondheid en welzijn.
Door dat besef maak ik nu keuzes die beter bij mij passen en mij veel energie en voldoening geven.
Hoe ervaar je je manier van werken nu?
“Nu kan ik werken op een manier die helemaal bij me past. Ik heb zowel een mondzorgpraktijk als een natuurgezondheidspraktijk, waardoor ik mensen vanuit twee invalshoeken kan helpen. Ik neem ruim de tijd voor iedereen en kijk naar de hele mens, niet alleen naar de mond. Dat betekent dat ik ook let op voeding, leefstijl, stress en de achterliggende oorzaken van klachten. Ik combineer mondzorg met natuurgeneeskunde, orthomoleculaire therapie, ademhaling, meditatie en behandel mensen met ozontherapie. Die combinatie geeft me de vrijheid om mensen écht verder te helpen, in plaats van alleen technisch te behandelen. Het voelt rustiger, betekenisvoller en veel meer in lijn met wie ik ben.”
Wat betekent werkgeluk voor jou nu?
"Vroeger werkte ik vooral vanuit verantwoordelijkheid en overleven. Nu werk ik vanuit rust en plezier. Ik voel dat ik weer de regie heb over hoe ik mijn dagen indeel.Het mooiste is dat ik harder werk met mijn handen, maar lichter in mijn hart. Ik kan mijn kennis en ervaring op mijn eigen manier inzetten, zonder de druk van productie of protocollen die niet bij me passen."
Welk advies zou je andere zorgprofessionals geven die vastlopen en uitdagingen op hun pad hebben?
"Zorg eerst goed voor jezelf. Ontkoppel je identiteit van je beroep; je bent niet alleen ‘de tandarts’, ‘de mondhygiënist’ of ‘de huisarts’. Leer technieken om mentaal tot rust te komen.Vraag jezelf af: past deze manier van werken nog bij mij? Zo niet, durf te onderzoeken hoe het anders kan. Pas als je zelf in balans bent, kun je anderen écht helpen."
Wat zou je tegen je jongere zelf zeggen?
"Heb vertrouwen. Alles wat er gebeurt, ook de moeilijke dingen, gebeurt om een reden. Je wordt gedragen, ook als je dat niet voelt.Laat los wat niet meer dient. Je bent niet je problemen, niet je werk en niet je bezit. Ga op zoek naar je kern, naar wie je écht bent. Daar ligt je veerkracht en je geluk."
En dat geluk… hoe voelt dat nu?
"Het voelt als rust en vrijheid. Ik hoef niets te bewijzen. Ik mag werken op een manier die bij me past, met aandacht en zonder haast. En het mooiste? Ik zie die rust en energie terug bij de mensen die ik help."



Opmerkingen